Koelsysteem

AD2 Koprevisie

Oeps..

O-21 koeling

koelpoortreparatie5

IMG_20150424_144040

Van origine zijn de meeste bootmotoren van voor de jaren ’70 / ’80 direct gekoeld, dat wil zeggen dat de koeling van de motor bestaat uit de koelwaterpomp op de motor die buitenwater door de motor (en eventueel ook door de uitlaat) pompt. Ook Albin motoren zijn ontworpen voor directe koeling en de meeste varen daar ook mee in de rondte, al betekent dat niet dat andere koelsystemen (bijvoorbeeld interkoeling of bunkoeling) niet voorkomen bij Albin motoren.

Een directe koeling is een relatief eenvoudig systeem, maar kent ook een aantal risico’s: corrosie, vorstschade en het risico op water in de motor in geval van een natte uitlaat. Om schade als gevolg van deze potentiële risico’s te voorkomen, dient men zich strikt aan de gebruiksaanwijzing en het anti-corrosie / anti-vries advies in de handleiding te houden. Deze handleiding is weliswaar oud, maar de inhoud is nog steeds van kracht.

In de levensduur van een direct gekoelde Albin motor slibben de koelmantels / koelkanelen in de motor dicht. Dit komt door de volgende drie oorzaken:

  1. Kalkafzetting: kalk uit het buitenwater zet zich af in de koelmantels vanaf een temperatuur vanaf 60 graden Celcius. Om deze reden is het aan te raden om de motortemperatuur op 60 graden Celcius te houden. In geval van een motor met thermostaat, monteer een 60 graden exemplaar.
  2. Corrosie. Met name wanneer de motor niet correct winterklaar gemaakt wordt, worden de gietijzeren koelmantels en koelkanalen aangetast door roestvorming. Zet de motor daarom vol met antivries of koelvloeistof, dit dient tevens als bescherming tegen vorst.
  3. Vet afzetting door overmatige smering van de koelwaterpomp. Smeer de pomp volgens voorschrift en spoel de motor eens in de 2 á 3 jaar met azijn en/of ontkalker. Dit heeft geen zin meer als er geen doorstroming meer mogelijk is, met andere woorden als de koelkanalen al te ver dichtgeslibt zijn.

Bij revisie worden alle koelkanalen opengemaakt en volledig gereinigd.  Hiervoor moet de cilinderkop, het spruitstuk, en het koelmanteldeksel gedemonteerd worden. In sommige gevallen is het noodzakelijk de koelpoorten in het blok te herstellen, als deze te ver ingerot zijn en het blok vlakken geen afdoende oplossing biedt. De koelpoorten worden hersteld door een gietijzeren ring in een ingefreesde kamer in de koelpoort te persen, waarna het blok gevlakt wordt.

Revisie van de waterpomp is vaak noodzakelijk.

  • Bij een impellerpomp (Albin O-22, AD-2, AD-21) bestaat een pomprevisie uit het vlakdraaien van het pompdeksel en de impellerkamer, het vervangen van de (vaak ingelopen) impeller-as, het vervangen van de lagerbussen, afdichtingen en impeller.
  • Revisie van een tandradpomp (Albin O-11, O-21, AL-23, O-41, O-411) heeft meer werk omhanden. Doordat de lagers in de pomp in direct in het gietstuk gemaakt zijn, moeten alle drie de lagers in de pomp verbust worden. Met behulp van speciaal daarvoor gemaakte mallen wordt de pomp ingespannen op de draaibank, en worden de oude lagers uitgedraaid en ondermaats verbust. De as wordt ondermaats gedraaid en geslepen, de pomp wordt voorzien van nieuwe afdichtingen, het pompdeksel wordt gevlakt, en de pomp wordt voorzien van nieuw smeervet. Het gebruik van het juiste vet is belangrijk voor de levensduur van de lagers! Gebruik hier voor Shell NLGI2 vet of equivalent.

Vaak worden er verkeerde breekpennen gebruikt. De breekpen vormt de verbinding tussen de nokkenas en de waterpomp, en moet breken als de pomp geblokkeerd wordt. Als er een breekpen van een verkeerd materiaal wordt gebruikt (bijvoorbeeld staal), dan zal niet de breekpen breken maar andere vitale delen in de motor.

Als laatste worden schroefdraden in het cilinderblok die in verbinding staan met het koelwater opgetapt dan wel hersteld als de boutverbinding is afgebroken.